NIEUWS

Inleiding

Inleiding

Sedert 1 januari 2008 hebben ambitieuze werkgevers de kans om aan enthousiaste werknemers een fiscaal interessante loonbonus toe te kennen.  Het zogenaamde niet-recurrente resultaatsgebonden voordeel zoals de bonus officieel heet, is een interessante vorm van alternatieve en variabele verloning voor de volgehouden inzet van werknemers. Onder welbepaalde voorwaarden kan de werkgever zijn werknemers een mooie bonus geven, die vrij is van RSZ en BV. Er is op het toegekende bedrag enkel een bevrijdende bijzondere bijdrage verschuldigd van 33%, die wordt berekend op het bedrag dat de werknemers ontvangen. Deze bijdrage dient te worden doorgestort aan de RSZ.

Het bedrag dat de werkgever voorziet, mag maximaal 2.200 EUR per kalenderjaar én per werknemer bedragen. Hierop dient de bijzondere bijdrage berekend te worden. Zo kost een volwaardige premie van 2.200 EUR, de werkgever maar 2.926 EUR, terwijl de werknemer het volledige bedrag van 2.200 EUR op zijn rekening gestort ziet zonder enige afhouding.

Voorwaarden & Toelichtingen

Voorwaarden en toelichting

De loonbonus is het voordeel gebonden aan de collectieve resultaten van een onderneming of van een groep van ondernemingen ofwel van een welomschreven groep van werknemers, op basis van objectieve criteria.  Deze loonbonus mag niet gebruikt worden ter vervanging van reeds toegekende premies, voordelen in natura, enig ander voordeel of een aanvulling hierop.  Enkel indien aan een aantal voorwaarden is voldaan, is dit mogelijk.

Voor het invoeren van een dergelijke loonbonus volgens de wettelijke procedure kan u zich laten begeleiden door WS-Accountancy.

Deeleconomie

Deeleconomie

De deeleconomie is een specifiek belastingstelsel voor particulieren en betreft situaties waarbij particulieren diensten verrichten voor andere particulieren. Wanneer dit in de toekomst gebeurt via de tussenkomst van een erkend platform, worden de inkomsten die hieruit voortvloeien gunstiger belast en zijn zij bovendien vrijgesteld van btw.

Meer concreet wordt er op de inkomsten eerst een kostenforfait van 50% toegepast en het resterende bedrag wordt vervolgens belast aan een afzonderlijk tarief van 20% (tenzij globalisatie voordeliger is). Om in aanmerking te komen voor dit belastingstelsel, zijn er echter een aantal voorwaarden, die cumulatief vervuld moeten zijn:

  • Het betreft uitsluitend “diensten” (geen leveringen van goederen)
  • De diensten worden verstrekt aan natuurlijke personen die niet handelen in het kader van hun beroepswerkzaamheid
  • De diensten moeten een nevenactiviteit zijn (vooral belangrijk voor de bedrijfsleider van een vennootschap, voor werknemers is er iets meer ruimte)
  • Die diensten worden uitsluitend verstrekt via een door de overheid erkend of georganiseerd elektronisch platform
  • De vergoedingen worden enkel door (tussenkomst van) het platform aan de dienstverrichter betaald of toegekend.

BTW-voorschotten

BTW-voorschotten

Afschaffing kwartaalvoorschotten: moet niet meer, mag wel

Met ingang van 1 april 2017 zijn de kwartaalvoorschotten voor btw-kwartaalaangevers afgeschaft. Dit betekent dat de kwartaalaangevers vanaf heden de verschuldigde BTW pas moeten betalen uiterlijk op de indieningsdatum van hun btw-aangifte, zijnde de 20ste van de maand volgend op het kwartaal.

Wij kregen van onze klanten de vraag of zij deze voorschotten wel nog zouden mógen betalen. Na contact opgenomen te hebben met de btw-administratie, kunnen wij bevestigen dat het storten van btw-voorschotten nog steeds toegestaan is. Wij raden het onze klanten zelfs aan, zodat zij op het einde van het kwartaal niet voor onaangename verrassingen te komen staan. Het is voor velen immers makkelijker om maandelijks een deel te storten dan ineens voor een grote som te staan.

Decembervoorschot

Een andere wijziging waarmee kwartaalaangevers vanaf april 2017 gelijkgesteld worden met maandaangevers, is dat zij een “decembervoorschot” zullen moeten betalen. Dit is een voorschot op de btw die verschuldigd is over de handelingen van het vierde kwartaal van dat jaar.

Het decembervoorschot is in principe gelijk aan de werkelijk verschuldigde btw over de handelingen van 1 oktober t.e.m. 20 december. Wanneer de btw-belastingplichtige het bedrag van dit voorschot niet opneemt in de btw-aangifte van het vierde kwartaal, is het bedrag van het voorschot gelijk aan de verschuldigde btw over de handelingen van het derde kwartaal van het lopende kalenderjaar. Het voorschot moet worden betaald, uiterlijk 24 december van het lopende kalenderjaar.

DBI-aftrek en vrijstelling
roerende voorheffing

DBI-aftrek en vrijstelling roerende voorheffing: nieuwe voorwaarden!

Er is met de wet “houdende fiscale bepalingen” van 1 december 2016 een nieuwe voorwaarde toegevoegd voor de toepassing van de DBI-aftrek en de vrijstelling van roerende voorheffing (RV-vrijstelling) tussen Belgische vennootschappen.

Vanaf heden wordt de DBI-aftrek en RV-vrijstelling geweigerd wanneer het een “passieve holding” betreft. Hiermee bedoelt men “een vennootschap die inkomst uitkeert die verbonden zijn met een rechtshandeling of een geheel van rechtshandelingen waarvan de administratie, rekening houdend met alle relevante feiten en omstandigheden, heeft aangetoond, tenzij bewijs van het tegendeel, dat deze handeling of dit geheel van handelingen kunstmatig is en is opgezet met als hoofddoel of een van de hoofddoelen de DBI-aftrek, RV-vrijstelling of één van de voordelen van Richtlijn 2011/96/EU in een andere lidstaat van de EU te verkrijgen”.

De nieuwe voorwaarde m.b.t. de DBI-aftrek is van toepassing op inkomsten toegekend vanaf 1 januari 2016 (uitzondering: inkomsten toegekend in een belastbaar tijdperk afgesloten voor 1 januari 2017). Inzake de RV-vrijstelling is de voorwaarde van toepassing op inkomsten toegekend vanaf 1 januari 2017.

Hieronder vindt u ter opfrissing een opsomming voorwaarden inzake de DBI-aftrek en de RV-vrijstelling, aangevuld met de nieuwe voorwaarde:

DBI aftrek:

  1. de verkrijgende vennootschap heeft een deelneming heeft van minstens 10% of een aanschaffingswaarde van minstens 2.500.000 EUR
  2. Minimumbezitsduur van de aandelen van 1 jaar
  3. Taxatievereiste (15%)
  4. NIEUW: passieve holdings worden uitgesloten (antimisbruikbepaling)

Vrijstelling roerende voorheffeing tussen binnenlandse vennootschappen:

  1. De verkrijgende vennootschap minstens een deelneming heeft van 10%
  2. Minimumbezitsduur van de aandelen van 1 jaar
  3. NIEUW: passieve holdings worden uitgesloten (antimisbruikbepaling)